Posts tonen met het label ridder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ridder. Alle posts tonen

maandag 17 december 2018

Ridder Albert de Selliers de Moranville (1884-1990), de 105-jarige ordonnansofficier uit Elsene



De 23-jarige Albert
de Selliers de Moranville
als knappe ordonnansofficier.
Hij, werd door koning
Leopold II benoemd omdat
hij een zeer goed ruiter was
Foto: ABC
Ridder Albert Léopold Antoine Ghislain de Selliers de Moranville, werd op 7 oktober 1884 te Sint-Gilles-Brussel geboren. Hij, was de zesde telg in het gezin van acht kinderen van Antonin Maurice Léonard de Selliers de Moranville (1852-1945) en van Octavie Henriette Joséphine Hector (1854-1898).

Blik reportage ook
met gele achtergrond
Zijn vader was stafchef in het leger en bekleedde, na de Koning, de hoogste militaire functie van het Land. De familietraditie werd immers in stand gehouden samen met zijn drie broers, die ook een succesvolle militaire loopbaan wisten te vervolledigen.

In 1907 stond Albert de Selliers de Moranville als jong officier al bekend als een uitstekende ruiter en werd tijdens een dressuurwedstrijd gade geslagen door koning Leopold II.

Gevolg daarvan was, dat hij op drieëndertigjarige leeftijd in dienst werd genomen. Hij, was er tevens de jongste van de vijf in dienst zijnde ordonnansofficieren en groot van gestalte.

De koning zelf was 1.95m groot en had iemand nodig waarop hij kon steunen, bij wijze van grap. Als ordonnansofficier moest men steeds in de nabijheid van de koning vertoeven met een notitieboekje bij de hand. Dit, om er voor te zorgen, dat  zijn voortdurende notities diende genoteerd te worden.
Blik reportage

Albert de Selliers de Moranville was een oud-strijder en kolonel uit beide Wereldoorlogen en werd daarvoor met talrijke militaire eretekens onderscheiden. Niet alleen de Belgische, maar ook van de Britse en de Amerikaanse overheden.

Uit zijn eerste huwelijk, met Marie "Valérie" de Laminne de Bex (1887-1977),dat op 5 oktober 1908 te Verlaine werd voltrokken werden volgende kinderen geboren: Charles, (1910-1998), Ernest Marie Jules, (1911-1964), Marthe Marie Octavie Ghislaine, (1914-1977) en Philippe (1915-1958).

Als weduwnaar woonde Albert de Selliers de Moranville alleen in zijn appartement. In 1980 werd op door de Belgische barones Allard aan Françoise Ayerstan gevraagd om voor gedurende drie maanden in dienst te gaan bij ridder Albert de Selliers de Morantville. Françoise Ayerstan  Garmandia (°1932), die van Baskische afkomst was, was tijdens de zestiger jaren in dienst getreden als gezelschapsdame van barones Allard. Vandaar haar verzoek, om voor de toen reeds 96-jarige ridder gezelschap te houden.

Meermaals bezocht koning Boudewijn
ridder Albert de Selliers de Moranville
als hij ziek was - Foto: ABC
Ridder Albert de Seliers
de Moranville treed in het
huwelijk met de Spaanse
Françoise Ayerstan Garmandia
Collectie Leondyme
Doch na deze drie maanden, wilde de ridder haar niet meer laten gaan en vroeg hij haar ten huwelijk. Op 5 oktober 1988 en op twee dagen na de leeftijd van 104 jaar bereikt hebben, trad de gewezen reserve-kolonel met haar te Elsene in het huwelijk, waar hij sinds 1935 woonachtig was. Onnodig te melden, dat dit huwelijk met zijn 52-jarige Spaanse gouvernante het nieuws haalde.

Ondanks, dat hun huwelijk in intieme kring werd gevierd, maakten Koning Boudewijn en koningin Fabiola hun oprechte gelukwensen over aan hen. Wetende, dat koning Boudewijn meermaals incognito op bezoek kwam bij gewezen ordonnansofficier.

Van zijn vier kinderen, waren zijn drie dochter immers overleden en kwamen de kleinkinderen veelvuldig op bezoek bij hun grootvader,die ze dan ook meer dan verwende. Alleen met zijn oudste zoon boterde het niet echt. Hij, aanvaardde het tweede huwelijk van zijn vader niet en had evenwel vruchteloos geprobeerd via een advocaat, om het huwelijk nietig te verklaren. Zelfs drie maanden na hun huwelijk probeerde hij hun toegang te verbieden tot hun appartement.
Collectie Leondyme

Het Laatste Nieuws
van 12 januari 1990
Ridder de Selliers de Moranville, die jarenlang de koning ter zijde stond, door vijf continenten had gereisd, zowel burgerlijk als militair carrière had gemaakt, meerdere beroepen had uitgeoefend van plantagebezitter tot veefokker, verschillende instellingen in het leven riep, waaronder het Museum van de Dynastie, waar hij, zo trots op was, overleed er te Elsene op 8 januari 1990 en werd 105 jaar, 3 weken en 1 dag oud. Link

De begrafenisplechtigheid, was voor zijn weduwe een droevige uitvaart. Een blijvende familievete tussen zijn zoon en zijn stiefmoeder maakte eerder een pijnlijke indruk. Terwijl zijn zoon en kleinkinderen reeds in de kerk zaten, begeleidde zijn weduwe de lijkkist tot in de kerk en nam plaats in het koor.
Alleen de echtgenote van de 105-jarige
ridder Albert de Selliers de Moranville
vergezelde de lijkwagen
Blik reportage

Niemand kwam de dame groeten. Zij, die niet alleen gedurende 20 jaar lang de zorgen op haar had genomen, maar ook hem van een ernstige ziekte op basis van kruiden had weten te genezen. Françoise Ayerstan  Garmandia, vluchtte al wenend de kerk uit.



Raadpleegbare bronnen:

Le Soir, link
Belgische eeuwelingen - blog Sonuwe
Het Laatste Nieuws van 12 januari 1990
Blik reportage n.a.v. een gepland bezoek
Blik reportage n.a.v. uitvaartplechtigheid van januari 1990
Een tijdschrift artikel met als referenties: "teksten van Josiane Vandy en foto's van ABC

105-jarigen

Informatie en eventuele aanvullingen over honderdjarigen vanuit gans België is steeds welkom. Mailen kan naar: noel.de.mey@telenet.be


zaterdag 2 mei 2015

Charles Arts 1893-1994, de honderdjarige van Antwerpen

Bidprentje Charles Arts
Charles Arts
°03-11-1893 Antwerpen
x Marguerite Van Den Eynde
+15-02-1994 Antwerpen
100 jaar, 3 maanden, 1 week en 5 dagen oud
Ridder in de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem
Vereerd met verschillende eretekens
Rouwbrief
















Bronnen: bidprentje en rouwbrief, verzameling Leondyme

Mailen kan steeds naar: noel.de.mey@telenet.be

Homepage

zondag 19 januari 2014

Omer Berckmans 1893-1996, de 102-jarige oud-strijder en vuurkruiser W.O.I van Bever


Omer Berckmans 1893-1996. Legerarchief Evere
Omer Berckmans 1893-1996
Oud-strijder/vuurkruiser
Wereldoorlog 1914-1918
Foto: legerarchief Evere
Omer Berkmans, werd op 25 maart 1893 in het Vlaams-Brabantse Bever geboren. Hij was de zoon van Clement en Hermine Weverbergh. Omer was van de lichting 1913 en was dus in dienst toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak als soldaat 2e klas met stamnummer 636. Van 4 augustus 1914 tot 31 december 1916 maakte hij deel uit van het 6e linieregiment en muteerde daarna naar het 16e linie.

Omer was op oorlogsvlak actief op verschillende plaatsen: "te Ramskapelle, te Diksmuide en te Ieper". Hij verbleef gedurende 52 maanden aan het front- en vuurlinies. Omer was houder van de vuurkaart en had 8 frontstrepen. Hijzelf kwam ongeschonden uit de eerste wereldbrand, maar verloor wel zijn broer. Omer werd met volgende militaire medailles onderscheiden:

Rouwbrief, Omer Berckmans 1893-1996. Verzameling Leondyme
Rouwbrief Omer Berckmans 



IJzermedaille
Oorlogskruis met palm
Medaille van soldaat 2e klasse
Overwinningsmedaille 1914-1918
Herinneringsmedaille 1914-1918
Vuurkruis
Ridder in de Orde van Leopold II met zwaarden
Ridder in de Kroonorde met zwaarden
Ridder in de Leopoldsorde met zwaarden
Herinneringsmedaille van de Regering van Zijne Majesteit Albert I
Officier in de Orde van Leopold II met zwaarden

Bidprentje, Omer Berckmans 1893-1996. Verzameling Leondyme
Bidprentje Omer Berckmans 
Na de oorlog keerde Omer naar de ouderlijke hoeve terug en zette het landbouwersbestaan verder. Nooit trad hij in het huwelijk. Al vlug kreeg Omer de bijnaam van "Den IJzeren", omwille zijn kloeke lichaamsbouw.

Voormalig oud-strijder en vuurkruiser Omer, overleed er thuis op 10 februari 1996 en werd 102 jaar, 10 maanden, 2 weken en 2 dagen oud. 


Bronnen: Legerarchief Evere
Bidprentje en rouwbrief, verzameling Leondyme
Onbekend krantenartikel

Noël De Mey



      

zondag 24 november 2013

De Tempelierstoren te Nieuwpoort


De Tempelierstoren van Nieuwpoort, die uit het oogpunt van kunst van weinig of geen betekenis betekende, had daar tegen over wel enige historische achtergrond. Zijn vierkante in bakstenen opgetrokken bouwstructuur telde vier verdiepingen. Een trap door de in de buitenwanden aangebrachte verlichte schietgaten, verleende er toegang. Daarbij zorgden versterkte hoge steunmuren dit statig bouwelement.

Tempelierstoren voor de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918
De Tempelierstoren voor
de Eerste Wereldoorlog
Pentekening  H. Levecque

In een ver verleden, maakte het deel uit van een kerk, dat toebehoorde aan de monniken "Ridders van de Orde der Tempeliers", die zich destijds in de streek bezighielden met het droogmaken  van de Polders. Met de uitbreiding van de Nieuwpoortse bevolking, werd deze kerk tot tweede parochiale kerk verheven en aan de H. Laurentius toegewijd.

De tot puin herleide Nieuwpoortse tempelierstoren tijdens 1914-1918
De Tempelierstoren tot puin herleid
tijdens de Eerste Wereldoorlog
 van 1914-1918
Pentekening H. Levecque

Toen de Engelsen in 1383 de stad Nieuwpoort bestormden, staken zij alles in brand en bleef er van de kerk enkel de toren, waarvan sprake, over. De Duitse houwitsers zorgden er tijdens de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918 voor, dat alles in puin werd herschapen.

Sommigen beweren, dat er aan de ingang binnen de toren een zichtbare onderaardse gang moet zijn, die zou lopen tot aan de hofstede "Tempelhof". Het was een afhankelijkheid van de Tempeliers gelegen te Slijpe, waarbij de monniken gebruik maakten van deze ondergrondse gang gedurende vervolgingen en oorlogen.

Tijdens Wereldoorlog I, werd de vrees geuit door de Belgische Legerstaf, dat de Duitse troepen, die tussen deze twee gebouwen lag, deze gang zouden kunnen gebruiken voor een verrassingsaanval te plegen op de Belgische stellingen. Hun vrees was weliswaar ongegrond, daar de eeuwenoude vluchtgang in zeer vervallen staat verkeerde. (H.L.)

Brontekst:
Zondagsvriend 12-06-1932
Noël De Mey

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

donderdag 31 maart 2011

Gerardus de Zwarte (Asse)

De edele ridder Hidesbald was een oude man geworden. Hij bewoonde het kasteel van Asse en Terheiden, ten tijde dat al de christenen koningen en edellieden van Europa naar Jeruzalem trokken, om het graf van de Zaligmaker te bevrijden tegen de aanvallen van de Turken. Boudewijn Hapkin (1093-1119) was toen, graaf van Vlaanderen.

Hidesbald, te oud geworden, om zelf de wapens te nemen, zond in zijne plaats, zijn twee zonen naar het Heilig Land, namelijk: Robrecht en Gerardus de Zwarte. Robrecht, een moedige ridder en christen, aanvaardde dit met blijdschap. Hij verliet vrouw en kind, om naar het Oosten te gaan vechten. Doch zijn broer, Gerardus, misleid en bedorven, had er de moed niet en bleef bij zijn eigen vader.

Tien jaren verstreken, zonder dat men enig nieuws vernomen had van Robrecht de Kruisvaarder. Gerardus van zijn kant, begon langs om meer, het erfdeel van zijn vader Hidesbald geheel in te palmen. Daarvoor moest hij het gerucht verspreiden dat zijn broer Robrecht, gedood was in de heilige oorlog. Ook moest hij daarvoor de vrouw van Robrecht, opsluiten in een klooster en haar enig kind, Koenraad, vermoorden. Vervolgens moest Gerardus, zijn oude vader, achter de grendels werpen, van een onderaardse kerker.

Dit alles werd door de boze toeziener, Arnold van het kasteel aan Gerardus voorgeschreven, die ervoor moesten zorgen dat Gerardus op deze manier rijk zou zijn. Maar wanneer het boosaardige plan ten uitvoer zou worden gebracht, kwam heel onverwacht, tot ieders verbazing, Robrecht, levend terug in Vlaanderen. De Goddelijke voorzienigheid kwam tussenbeide, om Hidesbald, Robrecht, Koenraad van de dood te redden en Gerardus de Zwarte alsnog te bekeren.

Gazette van Brugge, zaterdag 26 januari 1884
Noël De Mey
© Sabam
Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.