Posts tonen met het label kunstschilder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunstschilder. Alle posts tonen

zaterdag 14 december 2013

Kanunniken Frans De Cock en Ferdinand Vits

Fransiscus De Cock
Fransiscus De Cock werd kanunnik in 1662. Hij bekwam de tweede waardigheid van het kapittel, die van cantor in 1689. In 1701 werd hij als kanunnik met het rentmeesterschap belast over een groot deel van de goederen van het kapittel. Hij genoot er te Antwerpen een groot aanzien en zou een zekere bekwaamheid als kunstschilder hebben. Daarvan werd er niets van hem teruggevonden. Of toch!

E.H. Lauwereys uit Hoogstraten bemerkte op een schilderij, die in zijn kerk aanwezig is, dat de H. Bloeddoek voorstelt en ooit werd gerestaureerd door H. Bern. Janssens uit Lier. Het schilderij zelf werd testamentair aan de kerk geschonken door pastoor Andr. Theunis op 15 augustus 1723, die zelf de H. Bloeddoek vasthoudt.

Ferdinand VitsOok staat er nog een tekst daarbij vermeld en nog twee andere personages, namelijk: Franciscus De Cock, de cantor van de O.L.V. kapittel van Antwerpen en die naar alle waarschijnlijk het doek zelf heeft geschilderd en rechts naast hem staat kanunnik Ferdinand Vits van hetzelfde kapittel. In de overlijdensregisters vond men beide namen van hen terug.

Laureis Vits-als Ferdinand aangesproken naar zijn vader-werd naar alle vermoeden kanunnik in 1675. Hij had er de taak, de stoffelijke goederen van het kapittel in de Polder te bezorgen. In 1699 werd hij als econoom in het vicariaat-generaal van het bisdom Antwerpen opgenomen.

Na het overlijden van kanunnik Frans De Cock op 18 juli 1709, werd het cantorschap aan Ferdinand overgedragen. Daarenboven werd hij door het kapittel als provisor (beheerder) van de kerk van Austruweel aangesteld. Kanunnik Ferdinand Vits overleed op 27 juli 1715 en werd in de O.L.V. kerk begraven.

Voor de kerkelijke geschiedenis van Antwerpen op het einde van de XVIIe -begin XVIIIe eeuw, waren beide kanunniken belangrijke geestelijke illustrerende figuren met aanzien.

Bronnen:
Zondagsvriend 17-04-1932
Oud-Antwerpse Portrettengalerij van Floris Prims

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.
Noël De Mey

zondag 17 april 2011

Kunstschilder Jozef-Denijs-Maria-Ghislenus Odevaere (1775-1830)

Laatste update: 31-12-2013

Jozef Odevaere, was de adellijke zoon van advocaat-rechter Anselmus-Jan en van Maria-Anna de Brouwer, die ter wereld kwam op 2 december 1775 en gedoopt werd in de O.L.Vrouwekerk te Brugge.

Jozef Odevaere 1775-1830
Kunstschilder Jozef Odevaere
(1775-1830)
Zijn opvoeding gebeurde op natuurlijke verzorgde wijze met het volgen van de Latijnse lessen bij de paters Augustijnen. Wellicht om later hetzelfde ambt als zijn vader te kunnen vervullen. Vervolgens was hij een trouwe bezoeker van de academie, die uiteindelijk de bovenhand zou halen. Hij won alle prijzen in de mindere klassen van de Brugse kunstschool en behaalde op 11 juli 1797 de eerste prijs weg naar het leven.

Hij trok naar Parijs, waar hij de lessen volgde bij zijn stadsgenoot Joseph Suvée en vervolgens bij de Franse schilder Jacques Louis David. Dit onderricht benutte hij ten volle en werd daardoor op 17 september 1804, als primus te Rome uitgeroepen met zijn schilderij: ‘De dood van Phocion’.

Eenmaal in zijn thuisstad werd Odevaere op uitbundige wijze gevierd op 29 oktober 1804 (7 Brumaire, jaar XIII). Hij had de nacht voordien doorgebracht in het kasteel van Waardamme. Op de bewuste dag van de viering werd hij opgewacht door burgemeester baron de Croeser en de voorzitter van de academie, François Wynckelman ter hoogte van Steenbrugge. Ter plaatse mocht hij van Wyckelman een erepenning en gouden ketting in ontvangst nemen. Vervolgens reed men met koetsen via de oude St. Katharinapoort, Brugge binnen, waarbij de triomfklokken hun werk deden.

Op het stadhuis aangekomen in de koets, die getrokken werd met acht witte paarden, mocht kunstschilder Odevaere van de burgemeester de Croeser een geschenk in zilverwerk in ontvangst nemen. Ruim 200 genodigden kregen bij dit huldeblijken een heuse feestmaaltijd aangeboden.

Na zijn kort verblijf te Brugge, die maar enkele dagen duurde, keerde hij terug naar Parijs. Tijdens zijn verblijf in de Franse hoofdstad, stelde hij verschillende schilderijen tentoon en werd door Napoleon met een gouden penning vereerd. Het jaar daarop vertrok hij richting Italië om er acht jaar te verblijven.

In 1814 ontwierp hij een tafereel voor de Hollandse koning. Dit viel bij hem in zeer goede aarde, dat hij direct Odevaere als zijn schilder aanstelde. Het was voor België en zeker voor Brugge een grote eer, dat een stadsgenoot deze benoeming verkreeg.

Was het niet onder impulsen van Odevaere, die in 1815 op verzoek van koning Willem I, zich geen moeite spaarde, om de kunstschatten ons in 1794 door de Fransen ontstolen, terug naar België te doen terugkeren?

Artikel Jozef Odevaere (1775-1830)
Artikel Odevaere Brugsch
Handelsblad 27-03-1909

Wanneer De Brugse kunstschilder 43 jaar oud geworden was, trad hij op 16 september 1818 te Brugge in het huwelijk met Sylvia-Justina-Maria de la Rue in het huwelijk. Het echtpaar bleef echter kinderloos.

Odevaere, die lid der Genootschappen van Frankrijk, van Holland en sinds 1816 ridder der koninklijke Orde van de Nederlandse Leeuw was, woonde te Brussel toen hij er overleed. Volgens mijn geschreven bron, overleed hij op 9 februari 1830. Een andere bron spreekt dit tegen en spreekt van 26 februari 1830.

In de Brugse musea zijn werken te bewonderen en in de St.-Gilleskerk kan men op het grafmonument van zijn ouders een koperen portret door hem gemaakt aanschouwen, evenals het zijne en dat van zijn broers.

Bron:
Brugsh Handelsblad 27 maart 1909
Noël De Mey

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.
© Sabam